Urine incontinentie

Urine incontinentie

Urine incontinentie wordt onderverdeeld in passief of actief urine verlies. Beiden zorgen er echter voor dat de hond urine lozing heeft op plaatsen waar dit niet de bedoeling is. Urine verlies is een regelmatig voorkomend probleem bij de teef, maar af en toe ook bij de reu. Voor u als eigenaar, maar ook voor het dier zelf, is dit uiteraard een hele vervelende situatie. In veel gevallen is er een goede oplossing te vinden voor dit probleem.

De volgende vragen zullen u gesteld worden wanneer uw hond last heeft van urine incontinentie: (een duidelijk beeld van het probleem kan namelijk een groot deel van de oorzaken al uitsluiten)
– Wanneer treedt het urine verlies op (gaat de hond ervoor staan of gebeurt het zonder dat de hond het zelf door heeft)?
– Zijn het kleine of grote plassen die de hond laat lopen?
– Heeft de hond moeite met plassen? (dysurie)
– Is er een relatie met bijvoorbeeld veel activiteit op die dag, als de hond last heeft?
– Hoe vaak treedt het urineverlies op?
– Is het plotseling of geleidelijk ontstaan?
– Is de hond ook meer gaan drinken?

De hond zal dan lichamelijk onderzocht om eventuele aanwijzingen voor de oorzaak van het probleem te kunnen vinden/uitsluiten. De vagina/penis worden uitwendig onderzocht. De buik wordt grondig nagevoeld op ligging en vulling van de blaas en de vorm en grootte van de nieren. Bij de reu wordt de prostaat gecontroleerd. Indien sprake is van een moeizame plas, wordt de hond gekatheteriseerd. Er wordt dan een plastic buisje via de plasbuis naar de blaas ingebracht om te kijken of de passage hiervan moeite oplevert.

De urine wordt onderzocht om ziekten van de urinewegen uit te sluiten. Indien een bacteriële infectie wordt vermoed kan een bacteriologisch onderzoek (kweekje) van de urine worden gedaan. Indien het dier veel drinkt en dus veel plast is bloedonderzoek noodzakelijk om de oorzaak hiervan te achterhalen. Bijvoorbeeld nier problemen kunnen veel drinken en veel plassen veroorzaken. Aan de hand van de eerder verkregen informatie kan worden besloten tot een röntgenfoto of een echo-onderzoek. Dit kan eventueel ook door middel van contrast zoals bijvoorbeeld lucht nog meer duidelijkheid verschaffen over de toestand van de urinewegen. Gedurende de verschillende onderzoeken kan er op ieder punt tot een diagnose worden gekomen en tot behandeling worden overgegaan.
Wat veroorzaakt incontinentie?

Oorzaken van urine-incontinentie zijn op te delen in neurologische oorzaken en niet neurologische oorzaken.

Neurologische oorzaken veroorzaken een andere of slechte beïnvloeding van de zenuwen van de blaas. Gedacht kan hier worden aan:
– Ruggenmerg/wervel problemen
– Aangeboren afwijkingen
– Trauma

Niet neurologische oorzaken kunnen verder onderverdeeld worden in bewust en onbewust urine verlies. Simpel gezegd is het verschil dat bij bewust urine verlies de hond er echt voor gaat staan om te plassen. Bij onbewust urine verlies gebeurt dit meestal als de hond ligt/slaapt en urine laat lopen of bij het lopen druppelsgewijs urine verliest.

Onbewuste oorzaken zijn:
– Een slecht werkende blaas sluitspier
Urine-incontinentie bij de gecastreerde teef wordt veroorzaakt door het wegvallen van de oestrogenen( geslachtshormonen) na castratie. Dit heeft een negatief effect op de spanning van de urethra (plasbuis). Kenmerkend is het wisselend verlies van urine in tijdens de slaap of in rust. Echter meerdere factoren dragen hieraan bij zoals de spanning en lengte van de urethra, overgewicht, ras. Rassen die meer kans hebben op deze aandoening zijn; de Boxer, Doberman, Poedel, Teckel, Bobtail, Rottweiler en de Ierse setter.

– Een afwijkende ligging van blaas of plasbuis
Als de blaas verder naar achter in het bekkenkanaal ligt komt er meer druk op de blaas te staan en kan hij gaan lekken, de urethra is bij deze dieren ook korter. Dieren met overgewicht hebben ook meer druk op de blaas door vet in de buik en als gevolg dezelfde klachten. Bij teefjes van de grote rassen met overgewicht en/of een ver naar achteren gelegen blaas is de kans op urine-incontinentie dus groter dan wanneer dit niet het geval is. Een röntgenfoto kan hierover uitsluitsel geven.

De meeste aangeboren afwijkingen van de urinewegen worden vaak al op jonge leeftijd door de fokker of de nieuwe eigenaar opgemerkt, verder onderzoek naar de oorzaak is dan geboden.
– een gedeeltelijke obstructie van de plasbuis (bij een volledige obstructie kan er geen urine meer langs. Een gedeeltelijke obstructie geeft een zodanige drukverhoging in de blaas dat deze kan gaan lekken.)

Bewuste oorzaken van urine verlies zijn:
– te veel drinken (wel of niet door een lichamelijke oorzaak); hierdoor moet de hond meer plassen en kan het minder lang ophouden.
– een verhoogde drang door bijv. blaasontsteking
– gedragsprobleem

Aan de hand van het gesprek met u en het lichamelijk en aanvullend onderzoek kunnen we een (waarschijnlijkheids)diagnose stellen en een behandeling instellen.

Therapie
Gezien het grote aantal oorzaken van urine-incontinentie is de therapie en prognose dus zeer variabel. Het is van het grootste belang dat er door gedegen onderzoek en zorgvuldig overleg met uw dierenarts een juiste diagnose wordt gesteld zodat u en uw dier zo goed mogelijk kunnen worden geholpen. Alleen de juiste diagnose leidt tot succes! In het geval van een slecht werkende blaas sluitspier bij de gecastreerde teef, zijn met medicijnen hele goede resultaten te behalen.